Met de Blauweneuzen naar Tanzania.
Ik mocht met de Blauweneuzen mee naar Tanzania. We hebben hier het opvanggezin Matonyok Maa bezocht. Hier wonen ongeveer 20 kinderen die geen ouders meer hebben.
De stichting van de Blauweneuzen probeert zoveel mogelijk kinderen van Maatonyok Maa naar een goede school te laten gaan. Eén van deze scholen is The Learning Space (zie ook: http://www.wayoafrica.com/how-we-help/the-learning-space.htm)
Dankzij de opbrengst van Het Groene Hart kan nu ook Bahati naar deze school.
Op dit schooltje, zitten inmiddels 5 kinderen van het opvanggezin. Het schooltje lijkt een erg luxe school, maar eigenlijk is het in de achtertuin van de directrice, dus al het speelgoed van haar eigen kinderen en het kleine zwembad worden ook gebruikt voor het schooltje. Het is een internationaal schooltje en er zitten ook kinderen met Nederlandse ouders op het schooltje. Op deze school hebben we ook een Blauweneuzenparade gedaan.
Het huis van het opvanggezin is best klein, het heeft 3 slaapkamers, een (hele) kleine keuken en een woonkamer. De wc is buiten, een douche is er niet. Er is een jongensslaapkamer en een meisjesslaapkamer. In de meisjeskamer staan 3 stapelbedden en hier slapen in totaal 12 meisjes in. De jongenskamer heb ik niet gezien. Ik heb de tekeningen uit onze klas hier achtergelaten en samen met de kinderen nieuwe tekeningen voor onze klas gemaakt en ook hier hebben we een Blauweneuzenparade gedaan.
We zijn ook een dag naar het huis van Martin gegaan, hij komt uit Nederland maar woont al heel lang in Tanzania. We hebben met een busje alle kinderen opgehaald en hebben hier allerlei Nederlandse en Tanzaniaanse spelletjes gedaan en we hebben lekker gegeten, ook vlees en worstjes. Ze eten dit nooit omdat dit te duur is. Bij het opvanggezin eten ze heel vaak rijst met bonen. Een paar dagen voordat wij in Tanzania waren is er bij het opvanggezin een 8-jarig jongetje gebracht die zijn hele leven alleen maar pap heeft gekregen, hij ruikt altijd eerst aan zijn eten en eet dan alles op. De kinderen eten ook heel veel omdat ze vroeger wel eens een paar dagen geen eten hebben gehad (voordat ze in het opvanggezin woonden).
Ellemijn Visser
